
Wil je je woning verhuren? Dan heb je meer opties dan je misschien denkt. Gemeubileerd verhuren is er één van. De vraag naar instapklare woningen blijft hoog, zeker bij huurders die snel willen landen en niet eerst een halve verhuizing willen regelen.
Tegelijk zijn de regels de afgelopen twee jaar flink veranderd. Het puntensysteem geldt sinds de Wet betaalbare huur ook voor een groot deel van de middenhuur. Een huurcontract voor onbepaalde tijd is weer de norm. En rond servicekosten voor meubels kijkt de Huurcommissie preciezer mee dan veel verhuurders denken.
In deze blog lees je wat gemeubileerd verhuren oplevert, welke regels er in 2026 gelden en hoe je het netjes vastlegt. Inclusief de huurgrenzen van dit jaar, de maximale huurverhoging en de manier waarop je meubels via servicekosten doorberekent.

Er zijn grofweg drie manieren om een woning op te leveren: kaal, gestoffeerd of gemeubileerd. Bij gemeubileerd verhuren staat de basis er al. Een huurder krijgt de sleutel en kan diezelfde avond koken en slapen. Vaak horen witgoed en wat inventaris daarbij.
Voor jou als verhuurder betekent dat minder leegstand en een kortere zoektocht naar een huurder. Voor de huurder betekent het dat er niets meer geregeld hoeft te worden voordat het wonen begint.
Eén ding is belangrijk om vooraf scherp te hebben: meubels leveren geen extra WWS-punten op. Het puntensysteem kijkt naar de woning zelf, zoals oppervlakte, energielabel en WOZ-waarde. Niet naar wat je erin zet. Een woning wordt dus niet duurzamer verhuurbaar door er een bank in te plaatsen. De vergoeding voor de inrichting loopt via een andere route, namelijk de servicekosten. Daarover lees je verderop meer.
Gemeubileerd verhuren vraagt een investering of een slimme oplossing (daar komen we zo op). Maar daar krijg je veel voor terug.
1. Je trekt een andere doelgroep aan
Met een ingerichte woning spreek je huurders aan die snel iets goeds zoeken. Denk aan expats, projecthuurders, mensen die via hun werkgever tijdelijk in Nederland zitten, of huurders tussen twee woningen in. Die groep let minder op de laatste tien euro en meer op gemak en duidelijkheid.
2. Je speelt in op hoge vraag naar instapklare woningen
Veel huurders willen niet eerst klussen en dan wonen. Ze willen wonen. Een woning die meteen bruikbaar is, valt in die markt op.
3. Je verhuurt sneller
Een woning die klopt bij de bezichtiging verhuurt korter na de advertentie. Minder drempels, minder twijfel, minder “we moeten nog even naar de meubelboulevard”.
4. Het is duurzamer
Als een inrichting meerdere huurders meegaat, hoeft er minder nieuw gekocht te worden. Meubels die na een huurperiode worden gecontroleerd, schoongemaakt en opnieuw ingezet, verdwijnen niet na één bewoner. Dat scheelt afval en het scheelt aanschaf.
5. Je mag de inrichting doorbelasten via servicekosten
Dat mag, maar wel volgens vaste spelregels. Je moet de kosten kunnen onderbouwen en je mag er geen winst op maken. Hoe dat precies werkt, lees je hieronder.

1) Puntensysteem en huurgrenzen
Sinds de Wet betaalbare huur (1 juli 2024) is niet alleen sociale huur gereguleerd, maar ook een groot deel van de middenhuur. Het aantal WWS-punten bepaalt in welk segment je woning valt. Niet de prijs die je vraagt.
Per 1 januari 2026 zijn de grenzen geïndexeerd met 3,65%. Voor huurcontracten die dit jaar starten geldt:
De grens van € 1.228,07 is de liberalisatiegrens voor 2026. Zit je woning onder de 187 punten, dan is de maximale huurprijs uit het puntensysteem leidend. Ook als je huurder akkoord gaat met meer.
Een huurder kan de aanvangshuurprijs binnen zes maanden na de ingangsdatum laten toetsen door de Huurcommissie. Bij een gereguleerde woning kan een te hoge huur ook later nog worden aangepakt. Het loont dus om vooraf een puntentelling te maken en die te bewaren.
2) Maximale huurverhoging in 2026
Voor de jaarlijkse huurverhoging gelden dit jaar deze maxima:
Let op het verschil tussen de segmenten. Voor de vrije sector geldt het wettelijke maximum naast wat er in je huurcontract staat. Staat er een lager percentage in het contract, dan geldt dat lagere percentage.
3) Tijdelijke contracten zijn niet de standaard
Sinds 1 juli 2024 is een huurcontract voor onbepaalde tijd weer het uitgangspunt. Ook als je woning gemeubileerd is. Tijdelijk verhuren kan nog, maar alleen in uitzonderingssituaties: bepaalde doelgroepen, tussenhuur of een diplomatenclausule, hospitaverhuur, verhuur op basis van de Leegstandwet en verhuur die naar zijn aard van korte duur is. Voor de meeste doelgroepencontracten geldt maximaal twee jaar.
Zet dit dus niet te snel in je advertentie. Een contract dat als tijdelijk bedoeld was maar niet onder een uitzondering valt, loopt automatisch voor onbepaalde tijd door.
In deze blog over de nieuwe verhuurregels in 2026 staan de uitzonderingen uitgebreider uitgewerkt.
4) Servicekosten voor meubels: zo blijft het verdedigbaar
Meubels en stoffering zijn roerende zaken. Je verrekent ze via de servicekosten, niet via de kale huur. De Huurcommissie rekent daarbij met afschrijving op basis van levensduur. Uit het Beleidsboek Servicekosten (versie januari 2026):
Een rekenvoorbeeld: gordijnen van € 300 met een levensduur van vijf jaar leveren € 60 per jaar op, oftewel € 5 per maand.
De onderbouwing is hier het belangrijkste punt. Kun je de waarde niet aantonen met facturen of een inventarislijst, dan mag de Huurcommissie uitgaan van een forfait van € 12 per jaar voor roerende zaken. Dat is een fractie van wat er meestal in rekening wordt gebracht.
Twee dingen die je hoe dan ook regelt:
Ook een huurder in de vrije sector kan servicekosten laten toetsen. Een nette administratie is dus geen extra werk, maar je bewijs.
5) Wet goed verhuurschap
Deze wet geldt sinds 1 juli 2023 en raakt gemeubileerde verhuur direct. De belangrijkste punten:
Check dus even het beleid van jouw gemeente voordat je de woning online zet.
6) Kort over de fiscale kant
Twee dingen die in 2026 spelen voor particuliere verhuurders:
Voor de leegwaarderatio telt alleen de kale huur mee, niet de servicekosten. Laat je situatie doorrekenen door je adviseur, want dit verschilt per geval.
7) Wat er nog komt
Er liggen aanpassingen van het puntensysteem klaar, beoogd per 1 januari 2027. Denk aan een opslag voor woningen die nu tegen de WOZ-cap aanlopen, een betere waardering van kleine monumenten en het vervallen van de aftrek van vijf punten als er geen buitenruimte is. Ook wordt gekeken naar verlenging van de nieuwbouwopslag voor woningen die tussen 2028 en 2032 worden opgeleverd. De volledige evaluatie van de Wet betaalbare huur komt vóór 1 juli 2027.
Verhuur je voor langere tijd? Houd die datums in de gaten.

Wil je je woning gemeubileerd verhuren zonder dat je er zelf achteraan moet? Dan wil je vooral dat het bij oplevering klopt. Dat alles er staat, werkt en compleet is.
We leveren uit eigen voorraad, plaatsen en monteren alles, en met de ZKSW-garantie (Zit, Kook, Slaap, Was) staat de basis er gewoon. Loopt de verhuur langer door of komt er eerder een nieuwe huurder? Dan passen we het aan. Na afloop halen we de inrichting op, controleren en reinigen we alles, en gaat het door naar een volgend adres.
Je krijgt een duidelijke opgave van wat er geleverd wordt en wat het kost. Handig voor je administratie en voor de specificatie van je servicekosten.
Je hoeft niet alles zelf bij elkaar te zoeken en je zit ook niet vast aan een standaardpakket. We stellen samen met je vast wat past bij de woning en bij je huurder. Van alleen de basis tot volledig instapklaar.
Wil je sparren over jouw woning of project? Neem contact op of vraag een offerte aan.
Gemeubileerd verhuren betekent dat je een woning met inrichting oplevert. De huurder kan de sleutel krijgen en dezelfde dag koken en slapen. Bij gestoffeerd verhuur je alleen vloer, gordijnen en verlichting. Bij kaal verhuur je een lege woning. Gemeubileerd gaat dus een stap verder dan gestoffeerd: er staan ook meubels en meestal witgoed in.
Niet via de kale huur. De maximale huurprijs volgt uit het puntensysteem (WWS) en dat kijkt naar de woning zelf, niet naar de inrichting. De vergoeding voor meubels loopt via de servicekosten en staat los van de kale huur. Voor woningen tot en met 186 punten geldt het maximum uit het puntensysteem altijd, ook als je huurder akkoord gaat met een hoger bedrag.
Nee. Meubels, gordijnen en losse inventaris leveren geen WWS-punten op. Het puntensysteem waardeert de woning zelf, zoals oppervlakte, energielabel, sanitair en WOZ-waarde. Een woning schuift dus niet naar een hoger segment doordat je er een bank en een bed in zet.
Je rekent met afschrijving over de aanschafwaarde. De Huurcommissie gaat voor meubels, gordijnen en losse inrichting uit van een levensduur van 5 jaar, dus 20% van de aanschafwaarde per jaar. Voor apparatuur en witgoed is dat vaak 10 jaar, dus 10% per jaar. Gordijnen van 300 euro leveren zo 60 euro per jaar op, oftewel 5 euro per maand. Winst maken op servicekosten mag niet.
Dan mag je opnieuw afschrijven over een lagere waarde. De Huurcommissie gaat na afloop van de afschrijvingsperiode uit van een herwaardering op 60% van de oorspronkelijke waarde, mits de spullen nog bruikbaar zijn. Over dat bedrag reken je vervolgens weer 20% per jaar.
Dan valt je vergoeding vrijwel weg. Zonder aankoopfacturen of inventarislijst mag de Huurcommissie uitgaan van een forfait van 12 euro per jaar voor roerende zaken. Bewaar dus altijd je facturen en leg bij oplevering vast wat er staat en in welke staat het verkeert.
De liberalisatiegrens is in 2026 1.228,07 euro per maand (aanvangshuur, zelfstandige woning). Daaronder liggen twee gereguleerde segmenten: sociale huur tot en met 143 punten met een maximum van 932,93 euro per maand, en gereguleerde middenhuur van 144 tot en met 186 punten met een maximum van 1.228,07 euro. Vanaf 187 punten valt een woning in de vrije sector. De grenzen zijn per 1 januari 2026 geïndexeerd met 3,65%.
In 2026 gelden deze maxima voor de jaarlijkse huurverhoging: 4,1% in de sociale huur, 6,1% in de gereguleerde middenhuur en 4,4% in de vrije sector. Staat er in je huurcontract een lager percentage, dan geldt dat lagere percentage.
Alleen in uitzonderingssituaties. Sinds 1 juli 2024 is een huurcontract voor onbepaalde tijd weer de norm, ook bij gemeubileerde verhuur. Tijdelijk verhuren kan nog bij bepaalde doelgroepen, tussenhuur of een diplomatenclausule, hospitaverhuur, verhuur op basis van de Leegstandwet en verhuur die naar zijn aard van korte duur is. Voor de meeste doelgroepencontracten geldt maximaal twee jaar. Valt je contract niet onder een uitzondering, dan loopt het automatisch door voor onbepaalde tijd.
Ja. Bij meubelverhuur betaal je een vast bedrag per maand en hoef je zelf geen opslag, onderhoud of vervanging te regelen. Dat is vooral praktisch als je huurperiodes elkaar snel opvolgen of als de planning kan schuiven. Je krijgt bovendien een duidelijke opgave van wat er geleverd is en wat het kost, wat je direct kunt gebruiken voor de specificatie van je servicekosten.